VOGELFOTOGRAFIE IN EXTREMADURA

Gieren van Extremadura (deel 3 van 4)

In Extremadura komen drie soorten gieren voor: de aasgier, de vale gier en de monniksgier. De aasgier is verreweg de kleinste van de drie giersoorten. De vale gier en de monniksgier verschillen weinig in grootte, de monniksgier is maar net wat groter. Als logo van mijn site (bovenaan elke pagina) heb ik gekozen voor een frontale opname van een vale gier. Deze foto is genomen bij de bekendste gierenrots in Extremadura, de Salto de Gitano (Peña Falcón). Deze rots ligt in het Parque Nacional de Monfraguë (van het Latijnse Mons Fragorum ('berg der dennen')).

Foto's 1 en 2. Dé gierenrots van Extremadura: de Salto de Gitano (Peña Falcón; links) aan de rivier de Tajo (Taag; rechts)

Op reis door Extremadura zijn in de lucht eigenlijk altijd wel gieren te zien, als er maar thermiek is. Veelal vale gieren en af en toe  ook monniksgieren en aasgieren. De afstanden zijn vaak groot, maar het enorme formaat van de gieren en het karakteristieke vliegbeeld maken identificatie niet al te moeilijk.

 

Om gieren van dichtbij vast leggen zijn, los van de omstandigheden bij de Peña Falcón, andere maatregelen nodig. Bijvoorbeeld het fotograferen vanuit een gierenhut. De onderstaande foto's van gieren zijn gemaakt bij de Peña Falcón en vanuit een hut waarvoor slachtafval wordt gelegd om de gieren aan te trekken. Zie de onderstaande foto's van de hut en een overzicht van het panorama dat zich voor de hut ontvouwd. Deze uiterst comfortabele hut (ruim, goede stoelen en met toilet) is te huur en biedt ruimte genoeg voor drie fotografen en hun camera's op statieven tegelijkertijd. Er wordt gefotografeerd door glas. Mijn ervaring is dat het fotograferen door dit glas niet leidt tot relevant kwaliteitsverlies. Controleer wel bij het binnengaan van de hut of de ruit goed schoon is en er geen opgedroogde strepen van waswater op het glas zitten. Van die strepen heb je niet zozeer last bij het fotograferen van de (roof)vogels op afstand, maar vooral bij het fotograferen van de kleinere vogels die hun eigen spiegelbeeld nog wel eens komen opzoeken op de vensterbank van de hut. Zoals de onderstaande hop laat zien, die in zichzelf een prima partner zag.

 

De contactpersonen voor het huren van de hut zijn Elly Schipper en Gertjan de Zoete (contactgegevens via www.extremadura-spanje.com ).

Foto 3 . De gierenhut aan de rand van het Parc Nacional Monfraguë.

Foto 4 . Het panorama vanuit de gierenhut.

Foto 5 . Een narcistische hop ziet in het spiegelglas zichzelf als ideale partner.

Vale gier (Gyps fulvus)

De vale gier (Gyps fulvus; Grieks voor geelbruine gier) is een enorme vogel met een lengte van 95-105 cm, een spanwijdte van 240-280 cm en een gewicht van ongeveer 7,5 kg. Het mannetje en vrouwtje vale gier zijn even groot. Van dichtbij is te zien dat de vale gier een kop en hals heeft die bedekt zijn met witte donsveren. De volwassen vale gier heeft een witte halskraag, maar bij jonge vogels is de halskraag bruin van kleur. Het volwassen kleed krijgt de vale gier op een leeftijd van 5-6 jaar.

Foto 6. Kopportret van een volwassen vale gier met een witte halskraag.

Foto 7. Aanvliegbeeld van een jonge vale gier met een bruine halskraag.

Foto 8. Frontaal vliegbeeld van een volwassen vale gier.

In een groep vale gieren is het zelden pais en vree. Er wordt gevochten en geïmponeerd. De groep kent een sterke hiërarchie. De belangrijkste gier eet als eerste en neemt zijn positie met indrukwekkend gedrag in. De vleugels breed, de kop en hals laag en met grote stappen en sprongen maakt de belangrijke gier duidelijk aan zijn soortgenoten dat hij geen concurrentie duldt. Naarmate hij volgevreten raakt neemt zijn agressiviteit af en kunnen de lager geplaatste gieren 'aan tafel'.

Foto 9. Frontaal beeld van een imponerende gier met een hoge plaats in de hiërarchie.

Foto 10. Vaak te zien, toch moeilijk vast te leggen: de imposante houding van een vale gier bij de landing.

Soms gaat het mis en moet een van de lager geplaatse gieren op zijn plaats worden gewezen. In onderstaande beeld maakt een hooggeplaatste gier aan een jonge gier (een deel van de bruine halskraag is nog net te zien) duidelijk hoe de plaatsten verdeeld zijn.

Foto 11. De hiërarchie wordt duidelijk gemaakt.

Monniksgier (Aegypius monachus)

De monniksgier (Aegypius monachus) is net even groter dan de vale gier: een lengte van 100-110 cm, een spanwijdte van 250-295 cm en een gewicht van ongeveer 7-11,5 kg (mannetje) en 7,5-12,5 kg (vrouwtje). In vlucht vallen de lange en brede vleugels op. De voor- en achterrand van de vleugels lopen vrijwel parallel en de vleugels zijn sterk gevingerd. De monniksgier heeft een kleine kop en een korte staart. Het verenkleed is heel donker. Alleen van redelijk dichtbij vallen de lichte kop, de grote, blauwachtige snavel en de lichte poten op. Juveniele vogels zijn nog donkerder dan de adulte vogels. Hun kop is nog helemaal zwartbruin.

Foto 12. Een kopportret van een monniksgier

Met hun enorme snavel met een blauwachtige washuid kunnen de monniksgieren veel prooien aan. De sterke snavel kan de huid van een dood dier openen. Iets dat voor de vale gieren toch vaak nog niet mogelijk is bij grotere kadavers. Ook het ingedroogde vlees aan karkassen kan door de monniksgier nog losgetrokken worden. Bij een kadaver of voedingsplaats zijn de monniksgieren dominant over de vale gieren. Zij eten eerst, dan de vale gieren.

Foto 13. Een monniksgier bij een karkas.

Foto 14. Een monniksgier kauwend op een verser hapje.

Ook binnen een groep monniksgieren heerst een hiërarchie. Een dominante gier maakt zijn plaats op een niet mis te verstane manier duidelijk. Net als de vale gier maakt hij zich breed door zijn vleugels uit te zetten en zijn kop laag naar voren te richten. Dat ziet er indrukwekkend uit. Vervolgens loopt de gier met grote stappen en bij elke stap met hoog geheven klauwen op zijn ondergeschikte af. Die grote stappen doen wat vreemd aan. De zorgvuldigheid waarmee de monniksgier de stappen zet doen een beetje aan ballet denken. Een rare combinatie: ballet en monniksgier.

Foto 15. Prima ballerina.

Aasgier (Neophron percnopterus)

De aasgier is verreweg de kleinste van de drie gieren van Extremadura: lengte 60-70 cm, spanwijdte 155-170 cm en een gewicht van 1,8-2,4 kg. Adulte vogels hebben een sneeuwwitte kop, lichaam, staart en vleugeldekveren. Aan de onderkant van de vleugel zijn de vleugelpennen diepzwart. Bovenop de vleugel is veel contrast aanwezig door de witte en zwarte kleuring van de veren. De adulte aasgier heeft een naakt, geel gezicht en een dunne, lange snavel. Jongere vogels zijn veel donkerder gekleurd. Het adulte verenkleed bereiken de jonge vogels pas na de vierde winter. 

Foto 16. Poserende aasgier.

Foto 17. Landende aasgier met vale gieren op de achtergrond.

Omdat het de kleinste gieren zijn, moeten ze in het geweld van de veel grotere vale en monniksgieren wachten op hun plekje aan tafel. Zij schuiven daarom vaak aan met de zwarte en rode wouwen en de raven. Maar ook van een, op het oog, leeggevreten karkas is voor hen nog wat te halen.

Foto 18. Twee adulte aasgieren bij een karkas.

In vlucht valt het contrastrijke verenkleed van de aasgier goed op. Lastig met fotografie, veel witten, veel zwarten en vaak een vrij felle zonneschijn. Het wachten is voor dit soort foto's dus op een vrij fors bedekte hemel om het contrast goed te kunnen vastleggen.

Foto 19. Het contrastrijke kleed van de vleugeldekveren van een adulte aasgier is goed te zien in de vlucht.

Klik HIER om door te gaan naar het eerste deel 'Extremadura: de regio & Trujillo' van het Extremadura weblog.

Klik HIER om door te gaan naar het tweede deel 'Mooie soorten' van het Extremadura weblog.

Klik HIER om door te gaan naar het vierde deel 'Zwerven door Extremadura' van het Extremadura weblog.